Datum: Maandag 26 oktober 2015
Tijd: 10.00 – 17.30 uur
Inloop: vanaf 9.30 uur                      
Locatie: Plein 15-16, Den Haag
Kosten: € 375,- excl. BTW
PO-punten: 6 NOvA (juridisch)


Het bestraffen van gevallen van onbewuste schuld confronteert de strafrechtelijke rechtspraktijk en rechtswetenschap onverminderd met problemen. Waarom en hoe valt bestraffing te rechtvaardigen van iemand die niet wist dat hij in de fout ging en die moet leven in de wetenschap dat door die fout iemand lichamelijk letsel is toegebracht of is komen te overlijden? Tegelijkertijd is in het bestuursrecht de bestuurlijke punitieve sanctie, en dan met name de bestuurlijke boete, in opmars. De overheid beschouwt de punitieve sanctie als een gemakkelijk, efficiënt middel om bestuurlijke doelen te bereiken. Bestuursrechtelijke juristen in wetenschap en praktijk zijn daarover echter kritisch: de punitieve sancties zijn veelal hoog terwijl de bestuursrechter soms moeite lijkt te hebben met matiging. Waar de strafrechter, wellicht in weerwil van maatschappelijke tendensen, een eigen afweging maakt omtrent het bewijs van schuld en de hoogte van de straf, lijkt de bestuursrechter meer geneigd het bestuur te volgen door zijn eigen toetsingsruimte in te perken.

In deze cursus staan deze ontwikkelingen centraal. Vanuit strafrechtelijk én bestuurlijk perspectief worden de problematische aspecten rond schuld en verwijtbaarheid besproken. De overkoepelende vraag gedurende de cursusdag is de ruimte voor de advocatuur om het oordeel van de straf- en bestuursrechter op dat vlak te beïnvloeden.

Aan de hand van literatuur en jurisprudentie zal in het strafrechtelijk onderdeel de bijzondere positie van de onbewuste schuld ten opzichte van de andere schuldvormen, zoals de bewuste schuld, roekeloosheid en het voorwaardelijk opzet worden gemarkeerd, tevens komt de afgrenzing met de AVAS-schuld aan de orde. In dat verband zal ruim aandacht besteed worden aan de culpa-jurisprudentie van de Hoge Raad, het bewijs van de schuld door feitenrechters en de bestraffing daarvan. Een belangrijke rol zal daarbij weggelegd zijn voor de mogelijke verweren die een rol kunnen spelen in schuldzaken. Dit zal gebeuren aan de hand van afgesloten zaken uit de praktijk, waarbij niet alleen verkeerszaken aan bod komen, maar ook zaken uit de gezondheidszorg, uit de militaire strafrechtspraak en naar aanleiding van ongevallen bij activiteiten als vlotvaren en klimmen.

In het bestuursrechtelijk onderdeel zal aandacht worden besteed aan de volgende vragen: hoe past de beperkte bestuursrechtelijke toets in de jurisprudentie van het EHRM omtrent art. 6 EVRM? Hoe groot is de bestuursrechtelijke toetsingsruimte ten aanzien van punitieve sancties? In welke gevallen gaat de rechter tot matiging over? De cursus beoogt inzicht te geven in de beantwoording van deze vragen, waarin nadruk wordt gelegd op de verwijtbaarheid als vereiste voor bestuursrechtelijke sanctionering en als matigingsgrond. Ook andere matigingsgronden en kwesties met betrekking tot het bewijs van de overtreding komen aan de orde. Net zoals in het strafrechtelijk deel zal hier een belangrijke rol zijn weggelegd voor de wijze waarop dit in de rechtspraktijk effectief kan worden benut. Dit zal onder meer gebeuren aan de hand van  casusposities uit verschillende delen van het bestuursrecht, zoals onder meer: de Tabakswet, de Wav, de oplegging van deelname aan een alcoholslotprogramma.

 

Programma

In het strafrechtelijk deel zullen de volgende thema’s worden behandeld:

  • Het begrip schuld
  • Bijzondere positie van de onbewuste schuld
  • Het onderscheid met de bewuste schuld, roekeloosheid en voorwaardelijk opzet
  • De verschillende schulddelicten
  • De rol van de causaliteit
  • Het bewijzen van schuld
  • Het bestraffen van schulddelicten
  • Mogelijke verweren in schuldzaken

 

In het bestuursrechtelijk deel zullen de volgende thema’s worden behandeld:

  • Reparatoire vs. punitieve sancties
  • De consequenties van dit onderscheid
  • Bewijs
  • Verwijtbaarheid als voorwaarde voor oplegging sancties
  • Rechterlijk toetsingsruimte
  • Matigingsgronden 

 

Docenten: Rick Robroek en Jacob de Boer 

Rick is werkzaam als wetenschappelijk medewerker bij de Rijksuniversiteit Groningen, als stafjurist bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden en als rechter-plaatsvervanger bij de Rechtbank Limburg. Hij doet onderzoek naar de gevolgen van de rechterlijke organisatie op het systeem van strafvordering, is medeoprichter van de blog Ivoren Toga (www.ivorentoga.nl) en heeft diverse publicaties op zijn naam staan, waaronder de boeken “Onbewuste culpa. Een analyse van de ondergrens van strafrechtelijke aansprakelijkheid” en “Hoofdwegen door het verkeersrecht”. 

Jacob is werkzaam geweest als advocaat bestuursrecht te Amsterdam. Daar heeft hij op verschillende manieren te maken gehad met bestuursrechtelijk sanctierecht in de praktijk, o.a. op het gebied van de Wet Bibob en de Wet arbeid vreemdelingen. Thans is hij als docent/onderzoeker Staats- en bestuursrecht verbonden aan de Universiteit van Tilburg, waar hij onderzoek doet naar het onderwijskwaliteitstoezicht en de rol van de inspectie van het onderwijs. Hij is medeoprichter van de blog Publiekrecht en Politiek (www.publiekrechtenpolitiek.nl).

 

Praktische Informatie

Datum & tijd: Maandag 26 oktober 2015 | 10.00 – 17.30 uur (inloop vanaf 9.30 uur).

Locatie: Plein 15-16 (2511 CR) te Den Haag.
Op loopafstand van station Den Haag Centraal (ca. 8 minuten) en nabij Pleingarage (2 minuten).

Routebeschrijving
Klik hier voor de routebeschrijving.

Kosten: € 375,- excl. BTW
Deze prijs is inclusief:

  • Digitale reader
  • Lunch
  • Consumpties

Nemen er meerdere personen van uw kantoor of organisatie deel aan de cursus, dan ontvangt u beiden €50,- korting.